• OF 06-362_04
  • OF 06-362_02
  • OF 06-362_03
  • OTM OF 06-362_05
  • OF 06-362_01

Zo beroemd als zijn leermeester Peter Paul Rubens of zijn stadsgenoot Frans Hals is hij tegenwoordig niet. Toch was de Haarlemse bierbrouwerszoon Pieter Claesz Soutman (ca. 1580–1657) ooit een gevierd kunstenaar. In De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen van Arnold Houbraken wordt hij geprezen als ‘een borst van een grooten geest, en doordringend vernuft, ’t geen meer en meer door goed onderwys geslepen, hem heeft doen klimmen tot den roem van een groot meester.’ Soutman bracht het tot hofschilder van het Poolse koningshuis.

Naast schilder was Soutman prentmaker. Een mooi voorbeeld van zijn kunnen als graveur vormt een reeks prenten uit 1650 waarvan slechts drie sets in Nederland bekend zijn. Twee sets bevinden zich in de Bijzondere Collecties van de UvA. De prenten tonen heiligen in vol ornaat en vallen op door de vaardige stofuitdrukking. Een van beide sets is meegebonden in een exemplaar van Batavia sacra van de priester Hugo Franciscus van Heussen, een katholieke kerkgeschiedenis van Nederland, gedrukt in 1714. Het boek maakt deel uit van de bibliotheek van het Amsterdamse Begijnhof, die beheerd wordt door de Bijzondere Collecties.

Van Heussens Batavia sacra is zelf al met veel gravures geïllustreerd, maar een eerdere bezitter vond het geen overbodige luxe de prenten van Soutman er nog bij in te voegen. Daarvoor moesten ze wel worden opgevouwen; ze zijn een stuk groter dan het boek. En daarmee begonnen de problemen. Om de prenten te kunnen bekijken, moeten ze extra voorzichtig worden uitgevouwen. De bolling van de opengeslagen pagina’s veroorzaakt anders schade langs de horizontale vouw. En dat is nu precies wat in het verleden helaas gebeurd is: alle prenten zijn dramatisch ingescheurd. Daardoor bieden Soutmans monumentale heiligenfiguren nu een troosteloze aanblik. Wie zorgt ervoor dat ze in hun oude luister worden hersteld?

Published by Klaas van der Hoek